Waarom we de prijs voor beste vrouwelijke presentator nog even nodig hebben

Door: Luuke Raaijmakers

Op papier klinkt het hopeloos ouderwets: een prijs voor de beste mannelijke presentator én eentje voor de beste vrouwelijke. Alsof vrouwen een aparte aanmoedigingsprijs nodig hebben omdat ze het anders niet redden tegen de jongens. Schaf die categorieën af, zou je denken. De beste presentator is toch gewoon de beste presentator? Was het maar zo simpel.

Een genderneutrale prijs werkt namelijk pas echt eerlijk wanneer de weg náár die prijs ongeveer gelijk is. En daar wringt het. In Nederlandse non-fictietelevisie was in 2021 slechts 39,1 procent van de mensen in beeld vrouw. Vrouwen verschenen bovendien relatief vaak als slachtoffer of onderwerp van een portret, terwijl vrouwelijke deskundigen gemiddeld jonger waren dan mannelijke deskundigen.

Wie vervolgens mannen en vrouwen voor één trofee laat strijden, haalt dus wel het onderscheid uit de prijsuitreiking, maar niet uit de industrie die eraan voorafgaat. De Brit Awards vormen een pijnlijk praktijkvoorbeeld. Nadat de aparte categorieën voor beste mannelijke en vrouwelijke artiest waren samengevoegd tot één genderneutrale Artist of the Year-prijs, bestond de shortlist in 2023 uit vijf mannen. Van de 71 artiesten die dat jaar in aanmerking kwamen, waren er überhaupt maar twaalf vrouw.

Dat betekent niet dat genderneutrale prijzen per definitie vrouwen benadelen. Bij de genderneutrale WhatsOnStage Awards wonnen vrouwen juist het merendeel van de acteerprijzen. Het laat vooral zien dat het resultaat afhankelijk blijft van de kansen die mensen vóór de rode loper krijgen. Aparte categorieën zijn dus niet het eindstation van emancipatie. Eerder de tijdelijke vangrail ernaartoe. Inclusiviteit betekent niet doen alsof verschillen niet bestaan. Soms betekent het ze juist erkennen, totdat ze er werkelijk niet meer toe doen.