Omstanders, trek je mond eens open!
Door: Luuke Raaijmakers
Terwijl ik begin met schrijven, weet ik al dat dit waarschijnlijk een onsamenhangend verhaal gaat worden. Ik ben namelijk gewoon best wel boos, als ik eerlijk ben. Een paar dagen geleden schreef ik al een column over de Cornell-zaak, waarin ik vooral besprak hoe achterlijk laag de straf is die de zeven jongens kregen die in 2024 een twintigjarig meisje drogeerden en zeven (!) uur lang verkrachtten. Hun straf was namelijk, naast enkele schorsingen, het schrijven van een essay. ‘Foei jongens, niet meisjes levenslang een trauma bezorgen! Zeg maar sorry, en dan nóóit meer doen!’
Wat ik in die vorige column onvoldoende heb belicht, is de diepere laag van dit verhaal. Want er zijn inderdaad zeven daders, maar zij waren niet alleen. In de groepsapp op Snapchat waarin werd aangekondigd dat er ‘free pussy’ te halen viel, zaten namelijk vijftig jongens. Vijftig jonge studenten die lazen dat er een meisje zeven uur lang werd verkracht en stuk voor stuk níks deden. Stel je het even voor: je opent een groepsapp, leest dat er een paar verdiepingen boven je een meisje op de grond ligt waarop zeven beesten zich uitleven, en je besluit: ‘Mwah, als ik iets zeg, vinden ze me vast een zeikerd.’ Of: ‘Ach ja, zulke dingen gebeuren.’ Probeer het je maar eens voor te stellen. Ik probeerde dat ook, maar mij lukt het niet.
De zaak maakt wereldwijd veel los, vooral onder vrouwen. Wij hadden namelijk allemaal dat meisje kunnen zijn. En in zekere zin zijn we het ook allemaal. Vrijwel iedere vrouw krijgt in haar leven te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag en één op de tien vrouwen in Nederland wordt verkracht. Waarschijnlijk ligt dat percentage trouwens hoger, omdat een groot deel van de slachtoffers geen aangifte doet of hulp zoekt. Wanneer je zulke aantallen hoort, is een logische volgende denkstap om naar de daders te kijken. Toch zijn de plegers op zichzelf niet de kern van het probleem. Het échte probleem zit hem óók in die vijftig jongens in de groepsapp: omstanders die niks doen. Omstanders die hun vrienden niet aanspreken, omstanders die hun eigen reputatie verkiezen boven de veiligheid van een ander, omstanders die helpen dit gedrag te normaliseren.
Weinig mensen worden geboren als verkrachter. Zulk gedrag begint vaak klein. Ik zie de Cornell-jongens terug in de klasgenoot die zei dat ik ‘dikke tieten’ had in een truitje. De leerlingen om hem heen lachten een beetje. Ik zie ze ook terug in de dronken man die op het Vierdaagsefestival in Nijmegen in mijn kont kneep, waarna zijn vrienden hem vrolijk op zijn rug mepten. Ik zie ze in de man die een vriendin midden op een drukke dansvloer aanrandde zonder dat iemand ingreep, in de man die zich aftrok in een volle treincoupé en in de jongen die een vriendin als kind dwong om hem te zoenen ten overstaan van zijn vriendengroep.
Wanneer omstanders niks zeggen, zeggen ze eigenlijk heel veel. Namelijk dat ze het gedrag stilzwijgend goedkeuren. Normen worden bepaald wanneer niemand een duidelijke grens trekt. Die lijn wordt dan keer op keer opgeschoven, totdat een meisje in een groepsapp met vijftig mensen als ‘beschikbaar voor seks’ wordt aangeduid, zonder dat iemand ook maar iets doet. Hierbij dus een warme oproep: in plaats van als omstander te blijven schreeuwen ‘not all men’, zorg er eerst eens voor dat geen enkele man onder jouw toezicht een dader kan worden.