Waarom is mannenkleding van betere kwaliteit?

Door: Luuke Raaijmakers

Ik weet het: er zijn oorlogen, genocides, moorden en misschien vergaat de wereld binnenkort doordat AI de mensheid uitroeit. Toch wil ik het hebben over de kwaliteit van kleding, wat extreem oppervlakkig is. Waarom ik hier toch voor koos, is omdat ik vermoed dat het symbool staat voor een breder thema.

Mijn vader is sinds kort fan geworden van ‘kwaliteitskleding’. Hij zoekt vol passie naar truien gemaakt van merinowol, T-shirts van sterk katoen en pantalons van hoge Italiaanse kwaliteit. Omdat ik een beïnvloedbaar mens ben, werd ik een beetje meegezogen in zijn enthousiasme. Ook ik wilde me hullen in luxe stoffen die lang meegaan, en me écht warm houden in de gure herfstwind. Dus ging ik op zoek. Mijn online speurtocht begon bij Abercrombie & Fitch omdat ik van een vriend hoorde dat ze daar mooie merino-wollen truien verkopen. Ik vond een prachtige pistache-groene trui in de vrouwenafdeling en scrolde naar de ‘details en materialen’. Wol-blend. 66% polyester, 25% wol. Een andere bordeauxrode ‘merino-wollen trui’: 66% nylon, 30% merinowol. Zo ging het door, totdat mijn oog viel op de online mannenafdeling. Uit nieuwsgierigheid ging ik even kijken. En wat bleek? Er was een hele categorie voor 100% merino-wol. Ook 100% katoen is geen probleem voor de Abercrombie-man.

Bij andere kledingmerken bleek dit ook het geval te zijn. Mannen wordt kleding van goede kwaliteit aangeboden, maar voor vrouwen is er enkel de optie voor (deels) plastic kleding. En ook nog: vaak voor dezelfde prijs. Ik zat hier vervolgens lang over te brainstormen. Is er simpelweg geen vraag vanuit vrouwen naar kleding die lang meegaat? Verwachten bedrijven dat mannen hun wollen kleding verkeerd gaan wassen waardoor ze nieuwe truien zullen kopen? Volgens mij is het breder dan dat.

In haar boek Kapitalisme is seksisme beschrijft Doortje Smithuijsen hoe het kapitalisme bestaande ongelijkheden tussen mannen en vrouwen uitbuit om winst te maken. Vooral de onzekerheden van vrouwen blijken een goudmijn. We moeten jonger, slanker, mooier, succesvoller en vooral voortdurend beter worden. En voor ieder zogenaamd gebrek bestaat wel een product dat ons belooft te redden. Diezelfde logica zie ik terug in de kledingindustrie. Waar mannen vooral degelijkheid en tijdloosheid krijgen verkocht, draait vrouwenmode om voortdurende (kwantitatieve) vernieuwing. De ene maand zijn wijde broeken helemaal in, de volgende moeten ze weer strak. Vorig jaar was bordeauxrood dé kleur, dit jaar moeten we allemaal in botergeel rondlopen. En zodra je eindelijk de perfecte garderobe bij elkaar hebt gespaard, is die alweer hopeloos achterhaald.

Het geniale, of eigenlijk kwaadaardige, is dat dit wordt verkocht als keuzevrijheid. Kijk eens hoeveel stijlen, trends en mogelijkheden vrouwen hebben! Maar hoeveel vrijheid heb je werkelijk als je voortdurend het gevoel krijgt dat wat je gisteren kocht vandaag niet meer voldoet? Helaas is hier niet veel aan te doen – een volledig systeem verander je niet in je eentje. Zoals je ook met veganisme algemeen dierenwelzijn niet direct zal verbeteren, zal ook het stoppen met kopen van slecht gemaakte kleding niet de wereld redden. Maar je kunt je wél bewust worden van de manipulatie die je brein in wordt gestuwd, en kiezen voor (mannen)kleding die je hormoonhuishouding niet verstoort en je lichaam warm houdt nu het kouder wordt. Vrouwen verdienen immers net zoveel comfort als mannen, in een oncomfortabele wereld.