Vrouwen bij Defensie: feministisch of misleidend?

Door: Luuke Raaijmakers

Het is denk ik niemand ontgaan dat Defensie een groter reclamebudget heeft gekregen. Want net als kogels vliegen de reclames je om de oren. In bushokjes, op televisie, voorafgaand aan YouTube-video’s en vorig jaar had Defensie zelfs een stand op Comic Con, een populair evenement onder jongeren. Persoonlijk geeft het me een ongemakkelijk gevoel. Zo’n gevaarlijk beroep romantiseren tegenover jongeren voelt voor mij toch een beetje als ronselen.

Sinds kort richt Defensie zich daarbij niet alleen op het werven van jonge mannen, maar ook op vrouwen. En dat brengt me bij een interessante discussie. Het is me meer dan eens overkomen dat ik tijdens een discussie met een man over gendergelijkheid de volgende tegenwerpingen krijg: ‘Maar dan wil je zeker wél dat de man de rekening betaalt op de eerste date?’ Nee. ‘Maar je wilt zeker wél dat de man de deur voor je openhoudt?’ Ja, als hij vooroploopt. Anders houd ik de deur open. ‘Maar je wilt dan zeker níét dat vrouwen ook het leger in moeten als er oorlog uitbreekt?’ En daar hebben ze me. Want nee, dat wil ik inderdaad niet. Maar maakt dat me minder feministisch?

Volgens de recente wervingscampagnes van Defensie heeft elke missie vrouwen nodig. Met slogans als ‘Tijd om je los te breken’ en ‘Hier maken vrouwen het verschil’ worden vrouwen aangespoord om het leger in te gaan. Klinkt heerlijk progressief en emanciperend. Toch? Dat die campagnes een feministisch gevoel oproepen, is geen toeval. Defensie leent bijna letterlijk de taal van de vrouwenbeweging om haar eigen boodschap te verkopen. Op zichzelf zou daar weinig mis mee zijn, als Defensie daadwerkelijk zo vrouwvriendelijk was als de campagnes suggereren. Maar helaas. Uit onderzoek van de Volkskrant blijkt dat vrouwelijke militairen te maken krijgen met discriminatie, vrouwenhaat en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ook verschijnen er regelmatig verhalen in de media over vrouwelijke militairen die tijdens hun werk slachtoffer worden van seksueel geweld. Bijna de helft van de vrouwelijke medewerkers bij Defensie zou te maken hebben gehad met seksuele intimidatie door collega’s.

Ondanks die schrijnende werkelijkheid benadrukt Defensie in haar campagnes liever dat vrouwelijke militairen evenveel verdienen als hun mannelijke collega’s. Alsof een gelijk salaris voldoende is om jezelf als feministische werkgever te presenteren. En alsof een organisatie met zo’n uitgesproken hiërarchische en historisch masculiene cultuur vanzelfsprekend een toonbeeld van emancipatie is. Natuurlijk begrijp ik dat Defensie mensen tekortkomt en daarom ook vrouwen probeert aan te spreken. En natuurlijk kunnen vrouwen net zo goed als mannen kiezen voor een militaire carrière. Maar juist daarom stoort die quasi-feministische boodschap me zo. Vrouwenemancipatie wordt hier niet als doel gepresenteerd, maar als verkoopmiddel. Niet omdat Defensie plotseling een feministische organisatie is geworden, maar omdat er nu eenmaal meer mensen nodig zijn. Noem het dan ook gewoon wat het is, Defensie: jullie zoeken kogelvoer. Of dat nu borsten heeft of niet.