Anti-tech: het nieuwe statussymbool
Door: Luuke Raaijmakers
Celebrity-culture is één van aspecten aan onze samenlevingen die mij van kinds af aan al verwarren. Waarom adoreren we gezamenlijk een select groepje mensen, puur omdat ze hun talent presenteren op een podium? Hoe langer je erover nadenkt dat we doodgewone mensen behandelen als goden, hoe raarder het wordt. Toch word ik van tijd tot tijd wel meegesleept in celebrity-gekte, en dan ga ik interviews bekijken waarin bekende mensen oninteressante dingen zeggen. Een paar dagen geleden kwam ik zo terecht bij een interview van Rolling Stone met Harry Styles, waarin Styles droogjes vertelt dat zijn laptop al zes jaar leeg is en dat hij de oplader kwijt is. Die opmerking irriteerde me. Niet door zijn celebrity-zijn, maar door wat zijn achteloosheid symboliseert.
Want waar technologie vroeger een statussymbool was, lijkt tegenwoordig juist het ontbreken ervan chic. De allerrijksten sturen hun kinderen naar schermvrije scholen, lezen papieren boeken en gaan op digitale detox. Ondertussen zit de rest van ons arme sloebers acht uur per dag achter een laptop, worden we via algoritmes vermaakt en krijgen we voor iedere menselijke interactie een chatbot aangeboden. Al in 2019 schreef journalist Nellie Bowles in The New York Times dat menselijk contact een luxeproduct aan het worden is. Technologie maakt diensten goedkoper, terwijl persoonlijke aandacht steeds meer kost. Wie geld heeft, koopt tijd, rust en menselijke interactie. Wie dat niet heeft, krijgt een scherm.
Dat is denk ik de wrangste ontwikkeling van het digitale tijdperk. De mensen die technologie ontwikkelen, verdienen miljarden aan onze aandacht, terwijl de elite zich steeds vaker aan diezelfde technologie probeert te onttrekken. Harry Styles kan zijn laptop zes jaar ongebruikt laten liggen. Ik zou na zes uur waarschijnlijk al drie deadlines missen. Blijkbaar is het ultieme statussymbool tegenwoordig niet meer dat je alles kunt kopen, maar dat je nergens voor bereikbaar hoeft te zijn.