We cringen te veel en voelen te weinig

Door: Luuke Raaijmakers

Als er één ding is wat het internet en sociale media teweeg hebben gebracht in onze communicatie, dan is het wel een overvloed aan ironie. Een huilende selfie wordt alleen gepost als je op de foto tegelijkertijd grappend je tong uitsteekt, en lange LinkedIn-berichten over dankbaarheid worden honend gedeeld op Instagram-accounts zoals ‘LinkedIn Satire’. Dat ironie goed werkt, zie je terug bij de populairste influencers onder jongeren: Emma Chamberlain, Monica Geuze en Bram Krikke. Bijna alle hedendaagse internethelden hebben een soort nuchtere, ironische manier van kijken naar de wereld. De wereld is een satirisch speelveld, waarin zij als scheidsrechters bepalen wat cringe is en wat niet. Spoileralert: bijna alles is cringe.

Ik moest hieraan denken toen ik een fragment voorbij zag komen van de immens populaire podcast Geuze & Gorgels, met Monica Geuze en Kaj Gorgels. Daarin vertelde Kaj dat niets hem zo ongemakkelijk maakt als het televisieprogramma Beste Zangers. “Beste Zangers, dat is mijn grootste ‘ick’. Dan heb ik een nummer geschreven, en dan gaat een rapper of een operazanger mijn nummer op zijn of haar manier doen. En dan ga ik met van die pruilerige twinkeloogjes ernaar zitten kijken en dan laat ik me ontroeren en raken door hoe iemand anders mijn nummer zingt. (…) En dan allemaal met elkaar knuffelen en elkaars hand vasthouden, ugh, bah.” Hoewel ik best begrijp wat Kaj bedoelt en zijn beschrijving grappig vond, stoorde het me toch een beetje. Na enige reflectie begreep ik waarom. We lijken tegenwoordig een soort collectieve allergie te hebben ontwikkeld voor oprechte emotie. Zodra iemand zich zichtbaar laat raken, wordt dat al snel bestempeld als overdreven, aanstellerig of performatief.

Die voorkeur voor nuchterheid is overigens niet nieuw. Sinds de Verlichting in de 18e eeuw kreeg het rationele denken in de westerse samenleving steeds meer aanzien, en in Nederland werd soberheid bovendien eeuwenlang geprezen binnen de calvinistische traditie. Hoewel de geschiedenis natuurlijk ingewikkelder is dan dat, lijkt die waardering voor zelfbeheersing nog altijd diep in onze cultuur verankerd. Wie kalm blijft, is verstandig. Wie zich laat meeslepen door emoties, verliest de controle. En wie in het openbaar een traantje wegpinkt omdat een operazanger zijn liedje zingt, is blijkbaar cringe. Maar ergens maken we volgens mij een denkfout. Alsof rationaliteit en emotionaliteit elkaars tegenpolen zijn, terwijl ze elkaar juist aanvullen. Emoties zijn niet simpelweg hinderlijke bijverschijnselen die we met voldoende gezond verstand kunnen wegredeneren. Ze vertellen ons iets over onze behoeften, angsten en verlangens. Wie zijn gevoelens voortdurend relativeert, loopt het risico ze uiteindelijk niet meer serieus te nemen. En wie geen ruimte maakt voor zijn eigen gevoelswereld, zal ook moeite hebben om die van een ander werkelijk te begrijpen. Dat creëert een soort emotionele dwangbuis: we verlangen massaal naar authenticiteit, kwetsbaarheid en verbinding, maar zodra iemand die daadwerkelijk laat zien, krijgen we collectief de kriebels. We willen graag gezien worden, zolang niemand ons maar betrapt op het verlangen daarnaar. En dus lachen we publiekelijk om mensen die huilen bij Beste Zangers, terwijl we thuis misschien precies hetzelfde doen. Of we maken er snel een grapje over. Want stel je voor dat iemand ontdekt dat we daadwerkelijk iets voelen.