Performatief progressief zijn is het oefenen van de wereld die we willen zien

Door: Luuke Raaijmakers

Gisteren zat ik in de trein, op de terugweg van een lunch met een vriendin. Het was schemerig en door het raampje zag ik weilanden waarop mist zich opstapelde als spookachtige suikerspin. Op het klaptafeltje voor me stond een haver-cappuccino in een roze kartonnen bekertje, met sporen van mijn lipstick op de drinkopening. Ernaast lag het boek dat ik aan het lezen ben: Braiding Sweetgrass van Robin Wall Kimmerer. Wauw, dacht ik. Wát esthetisch. Ondertussen scrolde ik wat op mijn telefoon en maakte wat fotootjes van het tafereel. Ik hoopte dat iemand mijn tafeltje zou zien als ze langs zouden lopen. Dat ze zouden denken dat ik slim ben, anders dan anderen, boeiend. Maar helaas liep er niemand langs, dus besteedde ik mijn treinreis-tijd op Instagram. Mijn koffie was inmiddels ook koud.

Ik moest aan dit treurige tafereel denken, toen ik die avond een column las van Margot De Clercq: ‘Pronouns: progressief/elitair/een beetje irritant’. Margot schreef haar stuk als reactie op een column van Nona de Dier, waarin Nona haar irritatie deelde over performatief progressieve mensen. Mensen die enkel boeken lezen die zijn geschreven door vrouwen, een Smash The Patriarchy-tas hebben, rokken over broeken dragen, en benoemen dat ze vegan zijn in hun Instagram biografie. De Dier verwijt deze progressieven dat ze niet daadwerkelijk actie ondernemen, maar enkel de esthetiek ervan uitdragen. Een beetje wat ik gisteren in de trein zat te doen, dus. Ik wilde vooral overkomen als een intrigerende intellect die haar kennis verruimde, zonder dat ik het boek zelfs maar opengeslagen heb. Maar Margot schreef in haar reactie-column iets, waardoor ik anders ben gaan kijken naar deze performance. Zo haalt ze het werk van José Esteban Muñoz aan, die uitlegt dat de toekomst die we willen zit in de kleine gebaren van vandaag. Ze schrijft: “Elke keer dat iemand voornaamwoorden in hun e-mailhandtekening zet, een fairtrade-optie kiest of twee keer nadenkt over semantiek, oefenen we een beetje de wereld die we willen zien. Onhandig soms, en niet altijd uit de zuiverste motieven. Maar wie oefent, wordt er beter in.”

Prachtig en heel erg waar, volgens mij. Natuurlijk doen we sommige dingen enkel vanuit een narcistische hang naar status en waardering van anderen, maar dat doet niet af aan de onderliggende moralen. Ja, je wilt misschien gezien worden als goed en slim mens zonder genoeg te ondernemen om dat stempel terecht te krijgen. Maar door je normen en waarden iedere dag in mini-vormen uit te dragen, normaliseer je het gedachtegoed dat je wilt zien in de mensen om je heen. En daar proost ik op, met mijn koude, esthetische havercappu.